| Epimedium |
Inleiding Dit grote plantengeslacht staat in Nederland bekend onder verschillende namen als Bisschopsmuts, Elfenbloem, Linnaeusplant en Muiltjesbloem. Ze staan bekend als bodembedekkende vaste planten voor de halfschaduw. Vooral de massale bloei met sierlijke bloemen spreekt tot de verbeelding. Maar ook blad en bladkleur zijn bij sommige soorten minstens zo mooi. Dit blad is meestal hartvormig (uitgerekt) dat vaak getand is. De bladkleur kan in het voorjaar bronsbruin zijn bij het uitlopen en ’s winters naar purper verkleuren. Hieruit blijkt dat er verschillende soorten zijn die min of meer wintergroen blad bezitten. Geschiedenis In Europa kennen we slechts één soort: Epimedium alpinum. Deze wordt gevonden in Noord-Italie tot in Albanie en wordt al eeuwenlang gekweekt. Sinds Von Siebold in 1830 een aantal Japanse soorten introduceerde zijn er maar weinig nieuwe kruisingen beschikbaar gekomen. De bekendste zijn: E. x rubrum, E. x versicolor Sulphereum, E. grandiflorum Lilafee, E. x youngianum Niveum en E. x perralchium Frohnleiten. Dit veranderde pas toen men in de jaren 80 in China nieuwe soorten begon te verzamelen en deze naar Europa bracht. Bekende plantenverzamelaars waren Roy lancaster, Martyn Rix, de Japanner Mikinori Ogisu en Darrell Probst. In het belangrijkste boek over Epimedium van William T. Stearn: The Genus Epimedium (2002), worden al 54 soorten beschreven waarvan er 29 uit China komen. De Nederlandse Collectie Epimedium is ondergebracht bij de familie Kleyburg in Rockanje.
Epimedium Amber Queen |
In de tuin Epimediums staan bekend als aantrekkelijke vaste planten voor schaduwrijke plekken in de tuin. Dit gegeven wordt echter door de vele nieuwe cultivars wel wat genuanceerder. Door de vele nieuwe introducties kunnen we een driedeling maken naar het gebied van herkomst: Europese, Japanse en Chinese soorten. In de tuin stellen ze ieder hun specifieke eisen. Als potplant lijkt Epimedium echter minder geschikt vanwege de gevoeligheid voor de larven van de taxuskever. |
Europa Dit zijn de planten die over het algemeen beter droogte resistent zijn, dus ook geschikt zijn voor de zogenaamde droge schaduwplaatsen in de tuin. Wel dient hierbij opgemerkt te worden dat de planten het eerste jaar na aanplant bij droogte extra water nodig hebben. Bijna alle Europese soorten en hybriden zijn (half) wintergroen. Voorbeelden zijn: E. alpinum, E. pubigerum, E. warleyense Orangekönigin, E. x rubrum, E. versicolor Sulphureum en – Neosulphureum en E. x Black Sea. |
Japan Alle soorten afkomstig uit Japan houden van een humusrijke vochtige en lichtzure standplaats in de tuin. Op één uitzondering na (E. sempervirens) zijn ze allemaal bladverliezend. Bekende voorbeelden uit deze groep zijn: E. grandiflorum White Queen, E. diphyllum en E. youngianum Niveum. |
China Van nature groeien deze Epimediums in vochtige hellingbossen en deze soorten houden dan ook van een voldoende vochtige, humusrijke standplaats die ’s winters niet te vochtig mag blijven. Maar als ze het naar de zin hebben ontwikkelen ze zich tot spectaculaire planten. De relatief kleine bloemen zijn sierlijk en vaak in opvallende kleuren bij tientallen tegelijk aan de bloemstengel aanwezig. Ook dragen ze zonder uitzondering mooi gekleurd blad dat het gehele groeiseizoen door wordt gevormd. In enkele gevallen verkleurd dit wintergroene blad in de winter naar aantrekkelijke tinten van paars en rood. Binnen de Chinese soorten zijn er die moeilijker te houden zijn en meer geschikt lijken voor de ‘echte’ liefhebber. Voorbeelden van makkelijker te kweken soorten en hybriden zijn: E. wushanense Caramel (Amber Queen), E. davidii, E. platypetalum, E. franchetii, E. x omeiense Myriad Years en – Stormcloud en E. rhizomatosum. |
Bronnen William T. Stearn, The Genus Epimedium, Timber Press 2002, ISBN-13: 978-0881925432. Website Koen van Poucke, zie linkpagina.
Epimedium x omeiense Myriad Years |
|
||||||||